Aarde: het exacte waarnemen 

Houding

Je neemt exact waar via de houding van het aarde-element. Je neemt innerlijk de houding aan alsof je met het aarde-element te maken hebt. Je kijkt dus naar de vastheid, afgrenzing en ondoordringbaarheid.

Je kunt het voorwerp op deze manier exact en objectief waarnemen. Je stelt vast wat het is, hoe groot het is, hoe zwaar het is. Je gaat de grenzen af door precies te tekenen hoe het eruit ziet. Je neemt (afhankelijk van de schaal) zoveel mogelijk details waar, zonder het object kapot te maken. Dat betekent dat er bij het waarnemen van een organisme andere details zijn dan bij het waarnemen van een landschap of van een orgaan. Neem zowel het geheel als de onderdelen waar en gebruik zoveel mogelijk zintuigen. De begrippen meten en wegen bepalen voor een groot deel de waarnemingshouding van het aarde-element.

Zorg ervoor dat je waarneemt met eerbied en bewondering voor het object. Een onbevangen onderzoekende houding helpt om van een object dat je al vaak hebt gezien nieuwe kenmerken waar te nemen. Vaak denk je dat je iets kent, terwijl je het nog nooit goed hebt bekeken. Dit geldt zeker voor dingen waarmee je werkt en die je dagelijks tegenkomt.

Om je te dwingen goed te kijken kun je het voorwerp natekenen of boetseren. Je neemt dan automatisch ook de verhoudingen waar, iets wat je anders zou kunnen vergeten.

Deze houding komt overeen met de manier van waarnemen van de natuurwetenschap en is bij uitstek geschikt om door de mens gemaakte, technische voorwerpen waar te nemen. Bij levende voorwerpen levert deze waarnemingswijze exacte kennis op. Het is goed om te beseffen dat je bij deze waarnemingswijze waarneemt alsof alles dood is.

Je kunt ook apparaten gebruiken om onafhankelijk van de waarnemer eigenschappen vast te stellen. Het is logisch om een duimstok te gebruiken wanneer je de lengte wilt meten, dat is nauwkeuriger dan wanneer je een schatting maakt. Toch gaat er ook iets verloren, het gevoel voor de verhoudingen is dan bijvoorbeeld moeilijker op te roepen. Wanneer je de kleur van het blad beschrijft als een nummer, dan is dat zeker objectief, maar je verliest de ervaring van het zoeken naar de kleur door die uit andere kleuren samen te stellen. Ook meet een apparaat alleen waarvoor het is ontworpen, dat wordt nog wel eens vergeten.

Aardewaarnemingen leggen de basis voor de volgende waarnemingswijzen. Zonder deze exacte waarnemingen is er voor de hetgeen volgt geen vaste grond en kunnen deze in de fantasie schieten.

Resultaat

Aan het eind van deze waarnemingen heb je het voorwerp in exacte waarnemingen beschreven. Je hebt gegevens over het geheel en van details, maar je hebt het levende voorwerp niet vernietigd. Je bent bij de buitenkant blijven staan.

Je hebt datgene waarin je was geïnteresseerd grotendeels teruggebracht tot een aantal begrippen. Ook de tekening of het boetseerwerkstuk hebben nauwelijks nog leven in zich, omdat ze exact moesten weergeven wat je waar hebt genomen. Door het vele kijken, passen en meten wordt het voorwerp statisch en verliest het zijn beweeglijke karakter. Dit hangt natuurlijk direct samen met je houding bij het waarnemen en wordt mede veroorzaakt doordat je geen verbinding hebt gezocht met het object. Dat is maar goed ook, anders zou er geen afstand zijn en zou je niet goed hebben kunnen waarnemen.

 « 12345678910
11121314 » 

aarde
Aarde: het vaste element

meten
Meten is weten

Oefeningen

Teken zonder te kijken een schoen die je draagt. Vergelijk het resultaat met de werkelijkheid.

Neem een voorwerp zo exact mogelijk waar, gebruik zoveel mogelijk zintuigen. Maak een beschrijving en een tekening of boetseer het. Let op het geheel en de details. Beschrijf of teken het precies zoals je het hebt gezien. Teken bij een blaadje ieder tandje zoals je het ziet, bij een boom moeten alle takken op de juiste hoogte en met de juiste hoek worden getekend, etc. Verval niet in automatiscmen of sjablonen. Let op verhoudingen.

Het voorwerp kan alles zijn dat leeft: een plant, een bloem, een dier, een landschap, etc.
Een situatie beschrijven is moeilijker, omdat die maar op één moment aanwezig is. De situatie kan alles zijn: een beweging van een dier, een situatie tijdens het werk, etc.

Maak groepjes van vijf tot acht personen. Neem gedurende vijftien tot dertig minuten iets waar. Noteer je waarnemingen. Gebruik zoveel mogelijk zintuigen. Meet als het nodig is, let op verhoudingen. Als je dit hebt gedaan, vertelt een persoon zijn waarnemingen en de anderen vullen aan. Worden er waarnemingen verteld die jij ook had of die je niet had? Zijn er andere nuances in de waarnemingen? Zijn er andere invalshoeken? Als er geen nieuwe waarnemingen meer bij komen, kan worden afgesloten.

Kijk na een waarnemingsoefening terug naar je eigen houding. Met welke houding nam je waar? Sprak er interesse, eerbied, of juist het tegenovergestelde uit? Riep het voorwerp bewondering op? Kun je je houding ook veranderen? Kun je iets zeggen over het effect van een bepaalde houding?

© Erven Tom van Gelder - Stichting AntroVista