Levenszin 

De levenszin is het in het inwendige gelegen zintuigstelsel dat de toestand van de inwendige organen en levensprocessen waarneemt. Met de levenszin neem je waar dat je een volle maag hebt, dat je last hebt van je darmen, of dat je naar de wc moet. Wanneer de levensprocessen op harmonieuze wijze verlopen neem je niets waar. De waarnemingen van je levenszin worden pas bewust, wanneer er een storing is of wanneer je ziek bent. Andere voorbeelden zijn maagpijn, een verstopte neus of een voorhoofdsholteontsteking. Je neemt je organen en levensprocessen dus pas waar wanneer er iets niet goed is. Pijn is een ernstige storing, die ook door de levenszin wordt waargenomen. Dus met je levenszin neem je ook waar dat je je in je vinger snijdt, wanneer je spierpijn hebt of wanneer je je knie tegen de hoek van de tafel stoot.

In het algemeen zegt de levenszin iets over je lichamelijke toestand, over gezondheid, vitaliteit, ziekte en pijn. De levenszin maakt gebruik van het vegetatieve zenuwstelsel, dat zijn uitlopers heeft in alle organen.

Een andersoortige waarneming van de levenszin, is dat je jezelf waarneemt als een lichaam dat ruimte inneemt. Je ervaart je door de levenszin als een met stof gevuld lichaam. Als er alleen tastzin zou zijn, zou je wel je buitenkant waarnemen, maar niet dat die ook gevuld is.

Doordat je normaal gesproken je lichaam en je organen niet waarneemt en je aandacht daar niet naar toe wordt getrokken, kun je je aandacht op de omgeving richten. Als je ziek bent of veel pijn hebt, neem je je omgeving minder goed waar.

Als de levenszin niet functioneert kan het volgende gebeuren. Op een middag gingen de ouders van een jongetje ergens op bezoek. Toen zij thuiskwamen roken ze een lucht van verbrand vlees en zagen hun zoontje met een kaars spelen. Hij hield zijn vingers in de kaarsvlam en zag dat die zwart werden. Omdat hij geen pijn voelde werd hij niet gewaarschuwd dat hij iets verkeerds deed. Dit verschijnsel treedt ook op bij lepra. Omdat leprozen geen pijn voelen, merken ze niet dat ze wonden en ontstekingen hebben en verzorgen ze die niet. De wonden gaan dieper het lichaam in en zo lopen ze misvormingen op.

Pijn (en levenszin) is dus een zintuigsysteem dat waarschuwt dat er iets niet in orde is. Als je niet gewaarschuwd wordt dat je maag vol raakt, zou je onbelemmerd door kunnen eten, etc. Je zou niet naar de wc gaan als je blaas niet waarschuwde dat hij vol was. Pijn behoedt je voor ongelukken. Door pijn merk je dat je je in je vinger snijdt en hou je daarmee op. Wanneer dit zintuig niet functioneert moeten er veel veiligheidsvoorzieningen in het leven worden geroepen om ervoor te zorgen dat er geen ongelukken gebeuren.

Levenszin is gericht op het waarnemen van je lichaam. Met de levenszin neem je levensprocessen waar. Je kunt de levenszin ook gebruiken voor het doen van waarnemingen buiten je. Dan moet je de levenszin gebruiken in samenwerking met andere zintuigen en je in de ander inleven.

Je kunt dan bijvoorbeeld waarnemen:

 « 12345678910
1112131415 » 

Oefeningen

Innerlijke waarnemingen met de levenszin

Neem waar hoe de toestand van een orgaan (maag, darmen, longen, hart) is. Doe dat ook als je twee tot drie glazen water hebt gedronken of als je een rondje hebt hard gelopen.

Heb je wel eens een orgaan gevoeld? Denk aan je longen, hart, blaas, milt, lever, spieren. Wat name je waar, onder welke omstandigheden voelde je het orgaan?

Uiterlijke waarnemingen met de levenszin

Gezondheid, vitaliteit. Neem de vitaliteit waar van een boom, waaraan kun je dat waarnemen, welke rol speelt daarbij de levenszin?

Neem de gezondheid waar van een koe (of een ander dier), waaraan kun je dat waarnemen, welke rol speelt de levenszin daarbij?

Pijn

Neem de pijn waar van een ander of van een dier. Wat ervaar je, waar ervaar je het, welk gevoel beleef je?

Ruimte

Bepaal de ruimte die een organisme (plant, boom, dier) inneemt. Is de vulling van die ruimte harmonieus of niet?

© Erven Tom van Gelder - Stichting AntroVista