Ontwikkelingslijnen 

Inleiding

In dit hoofdstuk wordt van alle orgaanstelsels eerst kort weergegeven hoe de situatie bij iedere groep van de gewervelden is. Het karakteristieke staat centraal, uitzonderingen worden weg gelaten. Daarna wordt de ontwikkelingslijn gegeven die naar voren komt. Hoewel het beeld vaak min of meer duidelijk is, was het niet makkelijk de ontwikkelingslijnen te formuleren. De pagina zal nog eens worden aangepast.

Omgeving

Dieren leven als volgt in hun omgeving:

Conclusie

Er is een ontwikkeling geweest van het water naar het land, waarbij de amfibieën afhankelijk van het water zijn gebleven en niet goed op het land kunnen lopen, ze ondervinden de werking van de zwaartekracht. Dat geldt ook voor de reptielen die aardegebonden zijn en zich dichtbij het aardoppervlak bevinden. De vogels hebben de aarde verlaten door de lucht op te zoeken. De zoogdieren staan weer met hun vier ledematen op de aarde en hebben de romp ervan opgeheven. Ze zijn gespecialiseerd en moeten in hun biotoop leven, daarbuiten kunnen ze dat niet. De mens kan zich, doordat hij de omgeving aan zijn wensen kan aanpassen, overal vrij vestigen.

Ontwikkelingslijn

Van opgenomen zijn in de omgeving naar gebruik maken van de omgeving.

Lichaam – algemeen

De lichaamsbouw heeft zich als volgt ontwikkeld:

Conclusies

Vanuit het vissenlichaam dat een afgerond geheel is, ontstaan bij de amfibieën zijdelings de poten, bij de reptielen de aanzet van een nek en bij de vogels en zoogdieren de aparte staart. Bij de vogels is die zichtbaar in de veren, bij de zoogdieren is die geen voortzetting van het lichaam. Vogels en zoogdieren hebben de poten onder het lichaam. Bij de zoogdieren is er een duidelijke driedeling (kop, romp, staart). Bij de mens is vertikaal opgericht en tweebenig, er is geen staart en de driedeling bestaat uit kop, romp en ledematen. Het lichaam wordt van de aarde opgetild, van een gewichtsloze, dynamische vissenevenwicht gaat het via het dode evenwicht van de kruipende dieren naar een energievragende half opgerichte houding van de vogels en de energetisch ongunstige houding van de zoogdieren naar het energiearme dynamische mensenevenwicht.

Ontwikkelingslijnen

Van een lichaam uit een geheel ontstaat langzaam het in drieën gelede lichaam.
Van gewichtsloos in het water via de aardezwaarte en energievragende houding naar de weinig energie kostende opgerichte houding van de mens. De zwaarte is gekomen, ondergaan en overwonnen.

Vorm en kleur

Er is verschil in vorm en kleur:

Conclusie

De vissen vertonen veel variatie, de daaropvolgende 2 groepen niet, pas bij de vogels is er een grote kleurvariatie en bij de zoogdieren is er veel variatie van de lichaamsvorm. Bij de mens wordt de individuele vorm belangrijk.

Ontwikkelingslijn

Van een grote verscheidenheid aan kleur ontstaat er langzaam een grotere vormvariatie.

Zintuigen
De zintuigen laten het volgende zien:

Conclusie

Het is niet makkelijk conclusies te trekken. Duidelijk is dat de vissen in hun omgeving zijn opgenomen. De groepen daarna zijn vooral aan hun instinkt gebonden, de reuk is belangrijk en die maakt snelle reacties mogelijk. Dieren reageren veelal op bewegingen, stilstaande dingen/organismen worden vaak slecht waargenomen. Zicht en gehoor worden belangrijker. De dieren komen daarmee meer tegenover de waargenomen wereld te staan. De mens kan zijn denkvermogen tussen de waarneming en de handeling plaatsen.

Ontwikkelingslijn

Van opgenomen zijn in de waargenomen wereld naar er tegenover staan.  Van door het instinkt bepaalde reactie naar min of meer vrije reactie.

Hersenen
De hersenen hebben zich als volgt ontwikkeld:

Conclusie

De hersenen nemen in omvang toe, eerst de kleine hersenen, daarna de grote hersenen. Als laatste ontwikkelt de neocortex zich bij de mens. Het gevolg van is dat leerprocessen en het vermogen om te denken toenemen en dat zintuiglijke waarnemingen op een hoger niveau verwerkt worden. Bij de mens (en enkele zoogdieren) is zelfbewustzijn mogelijk. Het gevoel wordt eerst geuit via de lichaamshouding, daarna geeft ook de kop er expressie aan.

Ontwikkelingslijn

De hersenen worden groter, daarmee samenhangend het vermogen om te leren en te denken en om uitdrukking te geven aan het gevoel.

Ademhaling
De ademhaling heeft zich als volgt ontwikkeld:

Conclusie

Vanaf de kieuwademhaling bij de vissen is de ademhaling via het tussenstadium van de huidademhaling van de amfibieën bij de longen gekomen. De longen worden efficiënter. Er ontstaan rib- en middenrifademhaling. Bij de mens is de ademhaling vrij geworden van de voortbeweging en wordt gebruikt voor spraak.

Ontwikkelingslijn

De ademhaling is van buiten (kieuwen) naar binnen (longen) gegaan en is bij de mens vrij geworden. De lucht is in het lichaam opgenomen.

Bloedsomloop
Bij de bloedsomloop wordt zichtbaar:

Conclusie

Samengaand met het ontstaan van de longademhaling ontstaat de gescheiden dubbele bloedsomloop. Dat is de basis voor warmbloedigheid, dwz voor het zelf vasthouden van de lichaamstemperatuur en onafhankelijk van de omgeving(stemperatuur) actief te kunnen zijn.

Ontwikkelingslijn

Het bloed wordt zuurstofrijker en warmbloedigheid ontstaat, de warmte wordt in het lichaam opgenomen. Dieren kunnen dan altijd (onafhankelijk van de omgevingstemperatuur) actief zijn.

Spijsvertering
Er treden veranderingen op in het spijsverteringskanaal:

Conclusie

Eerst is het spijsverteringskanaal kort en eenvoudig. De lengte neemt toe en er treedt differentiatie op. Ook gaat er specialisatie optreden. Dieren zijn gebonden aan een soort eten, de mens kan alles eten.

Ontwikkelingslijn

Er is een toenemende differentiatie en specialisatie van het spijsverteringskanaal, inclusief het gebit. Bij de mens ontstaat er harmonie tussen de delen, waardoor hij alles kan eten.

Voortplanting
De voortplanting heeft zich als volgt ontwikkeld:

Conclusie

Eerst is de voortplanting geheel uitwendig, daarna wordt die inwendig. De verzorging neemt toe.

Ontwikkelingslijn

De voortplanting heeft zich ontwikkeld van geheel buiten het lichaam en onder invloed staand van de omgeving tot iets dat geheel in het lichaam plaats vindt en onafhankelijk is van de omgeving. De ontwikkelingstijd wordt langer.

Voortbeweging
De voortbeweging heeft zich als volgt ontwikkeld:

Conclusie

Vissen werden gedragen door de omgeving, op het land voelden ze de zwaartekracht en vielen ze bijna op de aarde. De zoogdieren konden het lichaam opheffen, pas de mens heeft nauwelijks nog last van de zwaartekracht met zijn opgerichte lichaam.

Ontwikkelingslijn

De voortbeweging is een lange ontwikkeling geweest om met gebruik van weinig energie, vrij op de aarde te lopen en 2 ledematen vrij te hebben om mee te werken en de omgeving aan te passen.

Algehele conclusie
Er is bij de gewervelde dieren een emancipatie en steeds grotere onafhankelijkheid van de omgeving te zien.

Ofwel:

Vissen leven gedragen door en in hun omgeving
Amfibieën hebben het vaste element opgenomen
Reptielen hebben het water opgenomen
Vogels hebben de lucht opgenomen
Zoogdieren hebben de warmte verinnerlijkt
Mens de vrijheid is ontstaan


Een vis zwemt gewichtsloos in het water


Een pad is aan de aarde gekluisterd


Een brughagedis met de poten aan de zijkant


Bij een slang gaat de kop zonder noemenswaardige nek over in de rmp en de staart is daar weer een voortzetting van


De lucht is het element van de gierzwaluwen, ze komen nooit op de grond


Een witstaartgnoe: lange poten die de romp van de aarde verheffen


Kleurrijk zijn veel tropische vissen


Vormenrijkdom bij zoogdieren: de armadillo


De zintuigen van een kikker, links het trommelvlies, in het midden het oog en rechts het neusgat


Van grote hoogte speurt een roofvogel de bodem af naar prooien


Achter de kieuwdeksel liggen de kieuwen, hier bij een Napoleonsvis


Net als andere zoogdieren haalt een blauw vinvis adem en blaast hij zijn lucht uit


Warmtefoto van een slang (donker) die een muis (orange-rood) eet; de temperatuur is ernaast weergegeven


Een zeeleguaan warmt zich in de zon, alvorens actief te worden


Een blauwe gnoe eet gras ...


... en is een prooi voor een krokodil


Een zanglijster bij een nest met jongen


Een grutto staat op dunne, koude poten; en vaak maar op een


Een dolfijn is een van de zoogdieren die zichzelf in een spiegel herkent


Tekening van Leonardo da Vinci: een mens op twee benen met de handen vrij

© Erven Tom van Gelder - Stichting AntroVista