Verbinden van waarnemingen 

Altijd moeten er waarnemingen met elkaar worden verbonden. Bij het algemene, weinig gevulde begrip, bij het zoeken naar wetmatigheden, of bij een specifieke situatie, steeds worden er waarnemingen met elkaar verbonden en vormen samen het begrip. In alle gevallen verbind je denkmatig verschillende waarnemingen of waarnemingen en kennis met elkaar.

Het met elkaar in verbinding brengen van verschillende waarnemingen kun je op twee manieren doen.

Schematisch

Je kunt de waarnemingen op een schematische en systematische manier met elkaar in verband brengen. Je maakt van de werkelijkheid dan een schema. Je ervaringen en belevingen raak je in het schema kwijt. Je kunt in een schema wel vermelden hoe een vogel vliegt, maar niet welke indruk het op jou heeft gemaakt. Hierdoor raak je het zicht op de werkelijkheid meer of minder kwijt. Je maakt van een organisme een schema, het krijgt hierdoor iets mechanisch. Je kunt zelfs van een 'mechanisme' in plaats van een 'organisme' spreken. Een voorbeeld: een plant heeft uitlopers en komt pleksgewijs voor, hij heeft een vierkante stengel, vrij kleine niervormige ingesneden bladeren, paars-blauwe 1 – 3 cm grote lipbloemen, die met 2 – 4 bijeen staan in de bladoksels. Hieruit kun je afleiden dat de plant hondsdraf is.

Beeldend

Je kunt de waarnemingen in jezelf tot een beeld laten worden. Je neemt dezelfde waarnemingen, maar nu is er ook plaats voor je ervaringen en de indrukken die je hebt opgedaan. Je brengt ook nu veel gegevens met elkaar in verband, maar doordat je er een beeld van maakt en alle waarnemingen daar hun plek in moeten vinden, blijf je dichter bij de waargenomen werkelijkheid. De details vormen samen weer een beeld van de hele plant. Een voorbeeld: het hondsdraf uit het vorige voorbeeld zie je nu in de herinnering als beeld voor je. Je ziet en ervaart de vorm van de bladeren en de enigszins vaalgroene kleur, je ziet de bloemen voor je hoe ze net boven de bladeren staan, je voelt het vierkante van de stengel en ruikt de geur van de plant en je ziet de omgeving erbij. De plant staat nu als levendig beeld voor je.

In het laatste geval zie je dat je zelf een deel bent van de waarneming, namelijk door de manier waarop je waarnemingen en kennis met elkaar verbindt.

 « 123456789 » 

hondsdraf
Hondsdraf

Oefening

Iemand vertelt veel details van een voorwerp of een situatie, maar zegt niet wat het is. Maak hier vervolgens eerst een schema van waarin je de verbanden aangeeft. Maak daarna een tekening of beeld waarin alle gegevens voorkomen. Vertel het beeld.

Beschrijf het verschil in ervaring tussen beide.

© Erven Tom van Gelder - Stichting AntroVista