Gehoor 

Met het gehoor neem je het geluid waar van andere voorwerpen, dieren en mensen en van jezelf. Je oren staan, in tegenstelling tot je ogen, aan de zijkant van je hoofd. Je staat dus niet tegenover het geluid, maar je bent met je oren open voor de hele omgeving. Je oren kun je niet sluiten en je bent de hele tijd dat je wakker bent verbonden met geluid. Je moet het horen.

Om te kunnen luisteren moet je stil zijn, je moet jezelf even tot zwijgen brengen, je moet even afstand nemen van jezelf. Luisteren is een sociale, op het andere gerichte, innerlijke activiteit. In het uit de Middeleeuwen daterende Herdersspel, heet het niet voor niets: 'zwijgt stil en opent wijd uw oren.”

Dieren kunnen, in tegenstelling tot mensen, hun oorschelpen bewegen en richten op de geluidsbron. Ze kijken als het ware met hun oren. Ze horen wel, maar kunnen niet luisteren, omdat ze zich niet in zichzelf kunnen terugtrekken en stil kunnen worden.

Bij het gehoororgaan worden drie delen onderscheiden. Het uitwendige oor met de oorschelp en de gehoorgang, dat dient voor het opvangen van de klanken. Aan het eind van de gehoorgang bevindt zich het trommelvlies.

Het middenoor is het gedeelde dat het geluid verder voert. Het bestaat uit de trommelholte, waarin de gehoorbeentjes (hamer, aambeeld en stijgbeugel) liggen en de buis van Eustachius, die de trommelholte verbindt met de keel. Doordat deze buis bij het slikken open is, blijft de luchtdruk aan beide zijden van het trommelvlies gelijk. De gehoorbeentjes worden bewogen door luchttrillingen en brengen de geluiden van het trommelvlies over naar het inwendige oor.

Het in het slaapbeen gelegen inwendige oor bestaat uit het labyrint, een met vloeistof gevulde holte, dat bestaat uit het voorhof en het slakkenhuis en de drie halfcirkelvormige kanalen, die voor het evenwicht dienen. Het slakkenhuis is het eigenlijke gehoororgaan. Hier worden de luchttrillingen weer geluiden.

Je kunt drie soorten geluid onderscheiden. Als eerste zijn er de dagelijkse geluiden zoals het ruisen van bladeren, het gieren van de wind, het kabbelen van water en alle technische geluiden van auto's, piepende deuren, etc. Het tweede soort geluid is de muziek, die bestaat uit klanken en tonen. Als derde zijn er de door mensen gesproken woorden.

Aan alle drie soorten geluid kun je drie kenmerken waarnemen: de geluidssterkte, de toonhoogte en de toonkleur. Ook kun je de afstand tot de geluidsbron waarnemen doordat het geluid beide oren niet gelijkertijd bereikt. Het tweede oor hoort het geluid 0,001 seconde later en daarmee kun je de afstand schatten. Wat de afstand is en waar het voorwerp zich bevindt, is een kwestie van ervaring.

Het bereik van het oor is groot: als je jong bent 11 octaven, op latere leeftijd nog altijd 10 octaven. Hoge tonen worden als helder, licht, scherp en duidelijk gescheiden ervaren, lage tonen daarentegen als donker, vol, warm, volumineus en minder gescheiden.

Door naar een voorwerp te kijken, neem je de buitenkant waar. Door naar een voorwerp te luisteren neem je iets van het binnenste waar. Zo kun je vaak niet zien of een glas van glas of kristal is. Tik je ertegenaan en je hoort het direct. Ook bij mensen is dit het geval. Je kunt je mooi maken, maar als het niet goed met je gaat is dat in je stem te horen. En aan de intonatie kun je horen of iemand opgewonden of verdrietig is.

Geluid is een on-aards (niet materieel) verschijnsel. Voorwerpen die tot klinken worden gebracht, moeten stevig zijn en vrij van de aarde. Een vrij opgehangen koperen bel klinkt, maar een zachte bonk klei niet, evenals de bel die op de grond staat.

Interessant is nog de verbinding van de ogen met je oren. Als je ergens naar kijkt, kun je het beter horen. Dit geldt niet alleen als je naar iemand kijkt die spreekt, maar ook als je naar muziek luistert. Als je naar een symfonie luistert en je kijkt naar de hobo, dan hoor je dat instrument duidelijker dan de andere, kijk je daarna naar een klarinet dan hoor je die duidelijker, etc.

 « 12345678910
1112131415 » 

evenwicht
Het gehoororgaan

Oefeningen

Ga op een plaats staan en beschrijf alle geluiden die je hoort. Dit kan in de natuur zijn of binnen in een gebouw. Welke beleving roepen de geluiden op? Je kunt dit met open ogen doen of geblinddoekt. Maakt dat verschil?

Ga op 5 meter van elkaar staan, blinddoek iemand. Laat een ander duidelijk articulerend fluisteren en laat de geblinddoekte persoon herhalen wat er wordt gezegd. Neem daarna de blinddoek af en laat de luisteraar naar de spreker kijken, laat hem ook nu herhalen wat er wordt gezegd. Wat is het resultaat? Laat de luisteraar ook zijn ervaringen beschrijven.

Laat iemand achter een doek of een plaat zitten. Die persoon brengt allerlei voorwerpen tot klinken die de proefpersonen niet mogen zien. Sla met een zilveren, een loden, een ijzeren, een houten, etc lepel aan tegen voorwerpen, zoals een bord, een gebarsten bord, een glazen, een porseleinen en een plastic beker, af dan niet met barst erin, een vrijgehouden klok en een klok die op de tafel staat, een groet en een kleine klok, etc. Laat mensen raden wat ze horen.

© Erven Tom van Gelder - Stichting AntroVista