De eerste indruk 

Dat kennis en begrippen je kunnen afhouden om goed te kijken, maakt het volgende voorbeeld duidelijk. Iemand zit in een stoel voor het raam en kijkt geboeid naar een vogeltje in de tuin. Hij ziet hoe het diertje ergens heen vliegt, daar iets oppikt, dan weer omhoog kijkt, zich baddert, op een takje gaat zitten, etc. Hij geniet van hetgeen hij ziet, hij is vol bewondering, hij is lyrisch over wat hij ziet. Hij wordt niet geplaagd door kennis, hij weet niet wat hij ziet. Dan komt zijn vrouw binnen, vraagt waar hij naar kijkt. Hij wijst het vogeltje aan, waarop zij zegt dat het “maar een mus” is. Dan is de betovering verbroken en de zuivere waarneming is weg.

Wanneer je iets voor de eerste keer voor je hebt, kun je geboeid kijken. Je bent dan in staat om het geheel waar te nemen. Bij een onbevangen eerste indruk heb je in een keer iets van de karakteristiek te pakken, je kunt dat vaak niet onder woorden brengen. Als je het geheel zou moeten tekenen of boetseren, dan lukt dat niet. Wil je daarna meer weten, dan moet je meer in detail kijken. Je weet dan meer, maar dreigt het geheel uit het oog te verliezen. Bovendien is er het gevaar dat alle details even veel belang krijgen, waardoor het specifieke minder opvalt.

Eerst zag je het geheel, maar wist je niet goed wat je waarnam en daarna zag je de details, maar dreigde je het geheel uit het oog te verliezen. Om de eerste indruk niet te vergeten, is het aan te raden om op de eerste indruk alert te zijn en die waarnemingen vast te houden.

Een eerste indruk is samengesteld uit velerlei waarnemingen. Niet alleen via de zintuigen, maar ook via gevoelens. Deze dragen eraan bij dat een eerste indruk een rijke ervaring is die later verloren kan gaan als je hem niet vasthoudt.

 « 123456789 » 

huismus
Maar een mus?

Oefening

Neem een voorwerp of laat iemand iets doen dat je nog nooit hebt waargenomen. Dit kan iets eenvoudigs zijn, bijvoorbeeld het lopen of de stem van iemand. Beschrijf je eerste indrukken.

© Erven Tom van Gelder - Stichting AntroVista