De vier elementen 

Op een lentedag maak je een wandelingetje in het bos. Het is mooi weer. De lucht is blauw met hier en daar een wolk, er staat een zacht windje, het voelt aangenaam. Je ruikt de frisse geuren van het ontluikende groen. Om je heen zie je bomen, struiken en planten. Je ziet de stammen, de verschillende kleuren groen van de bladeren en het verstrooide licht dat door het gebladerte valt. Af en toe hoor je het geritsel van de bladeren. De gele bloemen van de paardebloem en de lichtroze bloesem van een wilde kers vallen op. Een rood-bruine vlinder komt voorbij. Je hoort het vrolijke gefluit van verschillende vogels. Een eekhoorntje schiet weg. Op het pad ligt een plas. Onderweg zie je een verschoten groene bank en een bordje verboden toegang. Je komt andere mensen met een hond tegen. In de zon is het lekker warm, in de schaduw voelt het nog koud aan. Je komt bij een bruggetje over een stromende sloot. Dat gaat niet overal even snel, in het midden stroomt het sneller dan langs de kanten, in de stroom zijn wervelingen zichtbaar. Bij een steen die in het water ligt zie je dat het water er tegenaan botst en ook dat het er omheen gaat. Achter de steen lijkt het water stil te staan.

Alles wat hier gebeurt kan op verschillende manieren worden ingedeeld. Je kunt onderscheid maken tussen levende en dode voorwerpen, tussen gemaakte en natuurlijke voorwerpen, tussen planten en dieren, tussen hogere en lagere planten, tussen zoogdieren, vogels en insecten, tussen groeiende en afstervende organismen, etc. Hoe je indeelt, hangt af van de manier waarop je kijkt. Eén van de vele manieren van kijken is die volgens de vier elementen. Een indeling van de natuur die al in de Griekse tijd werd gebruikt. In het voorbeeld kun je de vier elementen onderscheiden: aarde, water (of vloeistof), lucht en vuur (of warmte).

Je ziet vaste voorwerpen, die worden aarde genoemd. De bomen, de brug, de planten, dieren en mensen, de bank, het verbodsbordje. Je ziet ook stromend, wervelend en stilstaand water. Je voelt de beweging en ziet de kleur van de lucht. Je voelt de temperatuur: de kou en de warmte.

Aarde

Aarde is alles dat vast is, een vaste vorm heeft. De dode voorwerpen en de levende organismen uit de natuur en de voorwerpen die zijn gemaakt behoren allemaal tot het vaste element. Rotsen, stenen, de bodem, ijs, planten, bomen, dieren, mensen, auto's, machines, huizen, boeken, etc behoren tot het aarde-element.

Wat zijn de eigenschappen?

Begrippen die bij het aarde-element horen zijn vastheid, afgrenzing en ondoordringbaarheid.

Doordat je tegen de voorwerpen van het aarde-element aanstoot (letterlijk en figuurlijk), word je je ervan bewust dat er iets anders bestaat dan jezelf. Je wordt wakker en er ontstaat bewustzijn van die voorwerpen en ook van jezelf.

Water

Het element water omvat alles dat stroomt, dus alle vloeistoffen, niet alleen water en water alleen als het vloeibaar is. IJs en stoom vallen er niet onder. Een beek of een meer is geen vast voorwerp zoals een boom of een tafel dat is. Je kunt ze niet vastpakken, het water stroomt en je kunt in het water kijken.

Eigenschappen

Het water-element wordt gekarakteriseerd door de begrippen stroming en beweging en doordringbaarheid.

Je kunt water ook beschouwen als een vast voorwerp. In een plas staat het water stil. De waterspiegel vormt een grens. In het Nederlandse polderwater kun je niet kijken, daar stoten je zintuigen dus ook tegen een grens aan. Aan de andere kant zijn er ook vaste voorwerpen, die vervormbaar zijn of waar je doorheen kunt kijken.

Een zekere overeenkomst is er dus wel, maar in plaats van naar de overeenkomst te kijken, lukt het beter om te karakteriseren als je naar de verschillen kijkt. Dan zie je dat de eigenschappen die voor het aarde-element gelden voor het water-element niet opgaan. Je stoot er niet tegenaan, je kunt door het water heen gaan en de zintuigen kunnen door de waterspiegel heen kijken. Ook in een plas neemt het water de vorm aan die wordt bepaald door de bedding. Het polderwater is troebel door vaste deeltjes die in het water zweven.

Lucht

Lucht is het element, dat alles omringt. Je bent helemaal door lucht omgeven en je kunt je erin bewegen. Als je een stap zet gaat de lucht moeiteloos opzij en sluit zich weer achter je. Lucht verschilt van vaste element en het water-element, waar je tegenover staat en kunt waarnemen.

Lucht stroomt naar alle kanten weg. Er zijn geen ophopingen, zoals bij vaste stoffen en vloeistoffen, de samenstelling is overal gelijk. Je neemt het alleen indirect waar, onder andere aan de beweging van bladeren, opwaaiend papier en schuimkoppen op het water of je voelt de wind langs je gezicht strijken. Door de lucht heen zie je voorwerpen zoals ze zijn. Lucht vervormt voorwerpen niet. Door de lucht zijn er het blauw van de hemel en het rood van zonsopkomst en –ondergang zichtbaar.

Eigenschappen

Lucht kan worden gekarakteriseerd met de begrippen onbaatzuchtigheid (gaat opzij, is zelf niet zichtbaar, maakt het andere zichtbaar, maakt kleuren van de hemel zichtbaar) en wegstromen.

Evenals water eigenschappen heeft van het vaste element, heeft lucht eigenschappen van water. Het stroomt namelijk. Maar waar water zwaar is, zich in een bedding laat vasthouden en bij elkaar blijft, stroomt lucht naar alle kanten weg.

Warmte

Warmte neem je waar doordat je warmte en kou voelt. Je voelt de temperatuur van voorwerpen altijd in relatie tot je eigen temperatuur en die van de omgeving. Warmte neem je dus relatief waar. Je kunt je voor warmte niet afsluiten, het dringt in je lichaam door.

Behalve de 'gewone' warmte, is er de warmte die uit het niets in jezelf kan ontstaan, bijvoorbeeld als je ergens enthousiast voor wordt, warm voor loopt, als iets je raakt, of als je gaat blozen. Je wordt actief. Ook koude kan zo ontstaan, bijvoorbeeld als je zenuwachtig wordt, je je in jezelf terugtrekt of afstand schept. Ook voor deze warmte en kou kun je je niet afsluiten, ze doortrekken je.

Ook ervaar je de warmte en kou die als stemming door anderen worden verspreid, zoals door enthousiasme of kille gedachten.

Eigenschappen

Van aarde via water naar lucht werd de stof al steeds ijler, bij warmte is de stoffelijkheid verdwenen, je voelt het alleen nog maar. Alleen aan de lucht kun je warmte, en dan nog indirect, waarnemen, bijvoorbeeld aan de luchtwervelingen op een warme dag of aan de wittige adem op een koude winterdag.
Warmte is het element dat alles doordringt en dat impulsen geeft (bijvoorbeeld om actief te worden). Door warmte ontstaat er innerlijke en uiterlijke activiteit.
Warmte kan worden gekarakteriseerd met de begrippen doordringing, grenzeloosheid en impulsering.

De elementen als hulp bij het waarnemen

De vier elementen aarde, water, lucht en warmte laten vier verschillende kenmerken zien van de dingen om je heen. Ze maken je er opmerkzaam op dat je de wereld op verschillende manieren kunt waarnemen, namelijk als vaste vorm, als stroming, als karakteristiek en als impuls. Een hond kun je als vorm exact beschrijven (= aarde-element), je kunt ook de bewegingen beschrijven, nabootsen en ervaren (= water-element), je kunt hem karakteriseren (= lucht-element) en je kunt beschrijven wat hij bij jou oproept (= warmte-element). De elementen zijn dan een ingang voor vier verschillende houdingen of manieren om waar te nemen.

Vaak neem je waar volgens (delen van) de vier waarnemingshoudingen, maar ben je je dat niet bewust. Wanneer je met de methode oefent zal blijken dat je soms een bepaalde zienswijze vaak of juist niet gebruikt of alleen een aspect ervan. Het onderscheiden van de waarnemingswijzen, het benoemen en indelen van waarnemingen naar één van de waarnemingswijzen kan dan helpen lacunes op te sporen en evenwicht te scheppen in het waarnemen.

De methode is bruikbaar bij levende voorwerpen, situaties en gebeurtenissen. Waar wordt gesproken van een object of een voorwerp kun je ook een situatie of gebeurtenis nemen.

 « 12345678910
11121314 » 

bos
Om je heen zie je bomen

aarde
Aarde: het vaste element

water
Water: het beweeglijke element

bedding
Water stroomt in een bedding

lucht
Lucht: het doorzichtige element

wazigelucht
Wanneer de lucht niet helder is zie je alles wazig

vuur
Warmte: het element dat doordringt

Oefeningen

Ga waarnemen en deel je waarnemingen naar de vier elementen in.

Ga na wat de eigenschappen zijn. Trek conclusies over de eigenschappen van de elementen.

Is de indeling volgens de elementen zinvol? Wat spreekt ervoor en wat spreekt er tegen?

Vaste voorwerpen kun je vastpakken, water loopt door je vingers heen, lucht kun je niet eens voelen en warmte doordringt je. Zoek meer verschillen.

© Erven Tom van Gelder - Stichting AntroVista