Lichtether: de samenhang in de ruimte 

Houding

Licht of lichtether zorgt ervoor dat je voorwerpen en hun omgeving kunt zien. Lichtether maakt de samenhang van de ruimtelijke verschijning duidelijk. Dit wordt de verschijningssamenhang genoemd.

Karakteristiek voor lichtether zijn afgrenzing en ruimte scheppen, rechtlijnig en zuigend en polariserend.

In het algemeen neem je bij de blikrichting van de lichtether de samenhang in de omgeving in het heden waar en hoe die het object beïnvloedt. Je kijkt hoe de verhoudingen van de omgeving het object hebben gevormd en via het object tot uiting komen. Je brengt de samenhang van het huidige verschijningsbeeld (die uit vele losse waarnemingen kan bestaan) denkend tot beleven en laat dit innerlijk tot een beeld worden. Dit beeld geeft de verschijningssamenhang weer. Er zijn twee resultaten: een beschrijving van de invloed van de omgeving op het object en het beeld.

Je kunt kijken naar:

De polariteit en gradiënt van omgevingsfactoren, bijvoorbeeld licht en donker, zuur en basisch, droog en nat, etc. Je kunt het voorwerp op die gradiënten zijn plaats geven. De ruimtelijke omgeving wordt hierbij opgedeeld gedacht in factoren. Zo kun je bodem, water, klimaat en dergelijke als omgevingsfactoren onderscheiden en van de bodem kun je onder andere grondsoort, voedingstoestand, en pH als factoren onderscheiden. Die factoren werken in samenhang op het voorwerp in.

De manier waarop de verschijning een eenheid vormt: hhoe het voorwerp en de omgeving een eenheid vormen en het voorwerp de omgevingsfactoren spiegelt. Een zomereik is altijd een geheel, maar is door de omgeving steeds anders. Hij spiegelt zijn omgeving en door naar de eik en naar de omgeving te kijken kun je die relatie onderzoeken. Je kunt ook denken aan de relatie van het gedrag van een kudde koeien met de vormgeving van de stal, of in het algemeen van diergedrag met de omgeving.

De ligging in de windrichtingen. Je kunt waarnemen dat bomen aan de noordkant anders zijn gevormd en gekleurd dan aan de zuidkant, ook kun je er andere plantensoorten aantreffen, omdat de omstandigheden er anders zijn.

De omgeving kun je als een innerlijk voorstellingsbeeld naar voren halen. Je kunt je afvragen wat er karakteristiek is voor de omgeving of voor verschillende delen van de omgeving en van daaruit proberen het voorwerp te begrijpen. Dit is het vermogen van de imaginatie, dat bij de lichtether en de verschijningssamenhang hoort, dat wil zeggen het via het denken beelden in de voorstelling vormen.

bladreeksenbladreeksen
Bladreeksen van kruiskruid, koolzaad en veldboon van een zandig-lemige bodem (links) en van een met compost bemeste bodem (rechts)

Voorbeelden

Plantengroei en bodem

De figuur laat de relatie zien tussen de bladvorm van enkele plantensoorten en de bodem. De bovenste, kleinere, scherper gevormde bladreeksen zijn afkomstig van planten die zijn gegroeid op een onbemeste zandig-lemige bodem. De onderste bladreeksen zijn groter, met rondere vormen en van planten, die zijn gegroeid op een met compost bemeste bodem. De bladreeksen spiegelen de kwaliteit van de omgeving. De scherpere vormen laten het voedselarme zand zien, de ronde vormen de voedselrijke compost (Holdrege).

Plantengroei en licht:

Andere milieufactoren, als water, pH en voedselrijkdom hebben weer andere invloeden.

In het bos

Op een op het zuiden gelegen beboste berghelling is het vochtig, licht en warm. De volle, ronde, krachtige, lichtrode bloemen van de pioenroos die te voorschijn komen uit het weelderige groen van de struik laten dit als beeld ook zien. De bleekgroene bloemen van het in de winter bloeiende stinkend nieskruid zijn daarentegen een beeld voor een lichtere situatie in een koel, beschut beukenbos op droge grond (Bockemühl, 1992).

 « 12345678910
11121314 » 

lichtether
Lichtether maakt de samenhang
in de ruimte duidelijk

bosje
De samenhang in de verschijning van een
bosje met aan iedere kant andere planten

boom
Door de wind heeft deze boom zijn
asymmetrische vorm gekregen

pioenroos
De pioenroos

stinkend nieskruid
Stinkend nieskruid

Oefeningen

Relatie plantenvorm en omgeving

Bestudeer de bladvorm of gestalte van enkele planten. Beschrijf de omgeving. Herhaal dit in een andere omgeving. Hoe is de omgeving zichtbaar in de planten? Welke relaties kun je leggen? Gebruik ook de bij metamorfose gebruikte begrippen strekken, uitbreiden, insnijden en toespitsen.

Polariteiten

Onderscheid zinvolle polariteiten van (milieu)- factoren in de omgeving van een voorwerp. Beschrijf de polen, de overgang (gradiënt) en het midden, dat ook eigen kenmerken heeft. Bepaal de plaats van de omgeving op de gradiënten. Vat het samen voor alle polariteiten. Zijn de omgevingsfactoren bij het voorwerp zichtbaar?

Omgeving

Beschrijf de omgeving van een voorwerp zo dat je je er een beeld van kan vormen. Maak daarna een voorstellingsbeeld. Wat valt je als karakteristiek op? Ga daarna na of je de karakteristiek van het beeld van de omgeving ook in het voorwerp kunt zien.

© Erven Tom van Gelder - Stichting AntroVista