Denkoefening 

Controle over het denken  

Neem een gewoon gebruiksvoorwerp (een potlood, wasknijper, paperclip, boek, etc) en denk hier iedere dag vijf minuten over na.

Je neemt een voorwerp voor je of in gedachten en de eerste keer beschrijf je dat voor jezelf hardop. Je kunt je ook voorstellen dat je het voorwerp aan een blinde beschrijft. Gebruik zoveel mogelijk zintuigen en neem gedurende vijf minuten zoveel mogelijk waar. De volgende dagen kun je dat herhalen, waarschijnlijk vallen je nieuwe details op. Daarna kun je vragen stellen over het voorwerp: “Wat doe ik er mee?”, “Waarvan is het gemaakt?”, “Waarom heeft het deze vorm?”, "Welke vormen kan het ook hebben?", “Waar is het gemaakt?”, “Welke weg heeft het afgelegd voor het bij mij was?”, “Hoe zijn de grondstoffen gewonnen?”, etc. Sommige vragen kun je beantwoorden, sommige misschien niet, dan kun je het antwoord in een encyclopedie of op het internet vinden. Je moet de juistheid van je gedachten kunnen vaststellen, anders gaan je gedachten zweven en dat is niet de bedoeling. Je kunt de volgende dag het laatste herhalen en voortborduren op je eerdere gedachten. Na enige tijd zul je alle denkbare vragen hebben behandeld, ga dan nog een of twee keer door tot je echt geen andere aspecten meer kunt vinden. Daarna neem je een ander voorwerp.

Wanneer je deze oefening doet, zul je merken dat je denken helderder en scherper wordt en je waarnemingsvermogen, concentratie en objectiviteit toenemen. Je interesse groeit.

De moeilijkheid van de oefening is dat je gedachten kunnen afdwalen. De opgave is om vijf minuten aan het voorwerp te denken, maar vaak gebeurt het dat je gedachten heel snel bij iets anders zijn, dat je gedachten associatief en automatisch werken. Je denkt bijvoorbeeld aan een potlood en ineens zie je in gedachten je oma met een potlood in haar hand zitten, oma heeft een kanarie en ineens denk je aan het fluiten van dat vogeltje. Zulke gedachtegangen moet je onderbreken, want je wilde over het potlood nadenken. Een andere moeilijkheid is dat je geen antwoorden op de vragen hebt. Gelukkig is het met het internet nu makkelijk om vele antwoorden te vinden.

De oefening heet controle over het denken. In het zojuist gegeven voorbeeld blijkt al dat er vaak geen controle is over het denken, maar dat we worden gedacht, dat onze gedachten automatisch en associatief doorrollen. Hoewel we van mening zijn dat we zelf denken, is ons denken vaak weinig gericht.

Je moet er voor zorgen dat je het volhoudt de oefening elke dag te doen. Je kunt daarvoor een vast tijdstip kiezen. Kies een tijdstip dat je wakker en helder bent, dus niet direct na het avondeten, maar bijvoorbeeld voor of na het ontbijt of om 8 uur 's avonds. Je kunt de oefening ook doen terwijl je op de trein wacht, dus op een leeg moment. In vier weken zouden twee tot drie voorwerpen voldoende moeten zijn.

 « 12345678 » 

© Erven Tom van Gelder - Stichting AntroVista