Warmte: doordringen tot de kern 

Houding

Warmte dringt in je door en ontstaat spontaan in je. De eigenschappen doordringing en impulsering kun je gebruiken bij het waarnemen:

De waarnemingshouding van de warmte neemt de karakteristiek als uitgangspunt en in je voorstelling ga je op zoek naar de kern ervan en welke indruk het op je maakt.

De volgende vergelijking met een plant kan helpen om duidelijk te maken wat wordt bedoeld. Wanneer een plant met wortels, bladeren en bloemen volgroeid is, heb je hem voor je. Je hoeft hem je niet voor te stellen, want hij is er. Wanneer de plant is afgestorven en je alleen nog het zaad hebt, moet je je de plant voorstellen. In het zaad is de plant als mogelijkheid aanwezig. Hoe hij precies zal worden is nog onduidelijk. Hij kan groot of klein, vlezig of armetierig worden. In het zaad heb je de plant als vele mogelijkheden, in de concrete plant is er één werkelijkheid geworden. Vertaal je dit naar het waarnemen, dan ben je bij de blikrichting van de warmte bij het zaad aangekomen. Je kunt tot de kern, het wezen of impuls doordringen, waarin alle verschijningsvormen mogelijk zijn.

Zinnebeeld of wezen

In je voorstelling laat je alle waarnemingen naar voren komen, achtereenvolgens de concrete waarnemingen, de bewegingen en de dynamische ervaring en de karakteristiek. Daarna laat je ze verdwijnen en wacht je af of er een beeld ontstaat van de kern of het wezen(lijke). Dit is een beeld voor de indruk die is ontstaan door je ontmoeting met het object. Het beeld is veelal een zinnebeeld en het heeft een uitdrukking of een sfeer. In het zinnebeeld met zijn uitdrukking, sfeer en streefrichting zijn alle mogelijkheden aanwezig.

Het zinnebeeld en zijn uitdrukking zijn individueel. Hierdoor kan onzekerheid ontstaan (“klopt het wel?”), die kan worden opgevangen door de ontstane beelden in een groepje te vergelijken. Veelal blijkt dat er bij verschillende mensen over hetzelfde object heel verschillende beelden ontstaan, die echter wel hetzelfde uitdrukken. Wanneer dat niet zo is, blijkt vaak dat er ongemerkt verschillende vraagstellingen of invalshoeken waren.

Van aarde via water en lucht naar warmte is er een beweging gemaakt van het uiterlijke voorwerp naar het eigen innerlijk. De waarneming is van concreet via de beweging en de dynamische ervaring en de gestiek gegaan naar een zinnebeeld. Dit is een beweging van uiterlijk naar innerlijk en van een concrete verschijning naar een zinnebeeld. Het is een proces van verdichting, waarbij steeds wordt gezocht in de laag die achter de vorige waarnemingen zit. Daardoor kom je steeds meer tot de kern.

De waarneming is – dat kan verbazen – objectiever geworden: bij de aarde-waarneming neemt iedereen waar volgens zijn vragen en begrippen, de waarneming is persoonsgebonden en subjectief, hoewel de gebruikte begrippen objectief zijn. Bij de waarneming van het zinnebeeld is de waarneming objectief, maar zijn de begrippen persoonsgebonden en subjectief.

Bij een landbouwbedrijf of een landschap kun je ook naar de intenties zoeken van de mensen die er werken, dus naar de impulsen van de mensen die het hebben gemaakt. Je doet dit niet door ernaar te vragen (dan worden wensen verteld), maar door ze af te leiden uit wat men heeft gedaan. Intenties komen tot uiting in het handelen en worden daardoor waarneembaar. Het komt er dan op aan, om door de handelingen heen het streven (= de intentie) te ontdekken.

Meditatieve houding

De houding van het warmte-element is meditatief. Enkele aanwijzingen:

Voorbeelden

Hond en kat

Het beeld dat ontstaat bij de hond is de cirkel en bij de kat ontstaat het punt. Bij de hond past de cirkel door de gerichtheid op de omgeving en door de openheid. Bij de kat past het punt, omdat hij naast de kachel ligt, zich in het centrum bevindt. Ook bij de manier van liggen en de kenmerken van het lichaam vind je dit terug. Bij de kat ronde vormen, bij de hond langgerekte, straalvormige vormen.

rogge tarwe spelt
Rogge Tarwe Spelt

Rogge, tarwe en spelt

Een aantal mensen heeft de ontwikkelingsprocessen van drie granen bestudeerd. De volgende beelden ontstonden hierbij:

Rogge
Tarwe
Spelt
  • een geharnaste ridder
  • donkerblauwe, zwarte hemel met een groot oplichtend, wit stralend gebouw met daarin actieve mensen
  • mooi blauw water, blauwe lucht erboven, met vissen in het water
  • goed gesitueerde burgeres
  • bleke, gele kleuren, zonder vorm
  • soldaten op een rij, die stram lopen
  • een goed geklede jonkvrouw
  • oranje-rode vuurbal zonsondergang
  • jongeling

Hoewel deze beelden zeer verschillend zijn, spreekt er toch een gemeenschappelijke kwaliteit uit. Bij rogge komt, ten opzichte van tarwe en spelt, een actieve wereld naar voren omgeven door een blauwe wereld. Bij tarwe spreekt een tot een einde gekomen ontwikkeling, die af is en weinig actief. Bij spelt spreekt het jeugdige, het van-zich-zelf-uit-komende (De Vries, 1985).

Een es

Tijdens een oefening waarin een es in een houtsingel het onderwerp was, ontstond in de meditatie bij twee deelnemers een beeld. Zodra zij de boom na de meditatie weer zagen was de reactie bij beide gelijk. De boom leek vitaler en lichter dan eerst en er werd een bepaalde tak gezien die eerder niet was opgevallen. Bij de andere deelnemers trad deze reactie niet op.

 « 12345678910
11121314 » 

vuur
Warmte:
het element dat doordringt

© Erven Tom van Gelder - Stichting AntroVista