Water: ervaren van de beweging 

Houding

Het element water wordt gekenmerkt door stroming en doordringbaarheid. Bij het zien van stro­mend water ontstaat de neiging om mee te stromen. Bij een traag stromende rivier is dat anders dan bij een klaterend beekje of de kolkende waterstroom van een brede bergbeek. Er is zelfs de neiging om in het water te vallen en mee te gaan met de stroom. Aan de andere kant word je bij het kijken naar de gladde waterspiegel van een meer zelf stil en verstild. Je stemming wordt beïnvloed.

Je neemt niet alleen de stroming waar, je verbindt je er automatisch mee. Je blijft geen buitenstaander. Er ontstaat een innerlijk meestromen, je neemt de waargenomen stroming meer of minder over. Je kunt in de binnenkant doordringen, zoals in schoon water planten en vissen zichtbaar zijn.

Eigenschappen

Deze manier van waarnemen is vruchtbaar bij alles wat vorm heeft gekregen en bij alles waar de tijd een rol speelt, bij alles wat verandert en zich ontwikkelt.

Eerbied en bewondering zijn belangrijker geworden, omdat je je verbindt met het object. Ook omdat je de stemming die het object bij je oproept moet kunnen ervaren en waarnemen. Je moet daarvoor open staan en ze niet verwarren met je eigen beweging en stemming. Zorg er ook voor dat je je niet in het object verliest. Richt je aandacht alternerend op het object en op jezelf.

Het uitgangspunt van de water-waarneming is een concreet of in de voorstelling waargenomen (gestolde) beweging of een aantal beelden uit het verleden. Het resultaat is de innerlijk waargenomen beweging, die je kunt versterken door je aandacht erop te richten. Bockemühl noemt deze innerlijk waargenomen beweging een 'dynamische ervaring', een afspiegeling van de krachten die het voorwerp hebben gevormd. Deze ervaring is niet te verwoorden. Je zult hem steeds weer moeten oproepen. Wanneer je hem beschrijft, verliest hij zijn beweeglijke karakter. Toch zul je hem moeten beschrijven, tekenen, of anderszins uitbeelden. Net als water door je handen glipt, zo ontglipt de dynamische ervaring je steeds. Een ander zal zich de beschrijving eerst 'eigen' moeten maken en voor moeten stellen om de beweging en de dynamische ervaring te kunnen ervaren.

Bij deze manier van waarnemen kun je niet meer zo precies kijken naar de statische vorm als bij de vorige stap. Je moet de bewegingen volgen, bijvoorbeeld door ze na te bootsen, na te tekenen. Het resultaat is een minder nauwkeurige tekening dan bij de aarde-waarneming, maar wel één waar leven in zit. De waargenomen beweging kun je op verschillende manieren uitbeelden.

Daarna gaat het erom de beweging zelf te ervaren. Eerst kun je de stadia in de voorstelling oproepen. Daarna kan het behulpzaam zijn je voor te stellen dat je de ontwikkeling volgt door je eerst het voorwerp in de ene fase voor te stellen en het om te vormen naar de volgende fase. Je ervaart dan de vormveranderingen en de vormende krachten in de 'dynamische ervaring'.

Waterwaarnemingen

Resultaten

Voorbeelden

Een beeldende beschrijving en indrukken van de zomereik

Zijn blad toont duidelijk de veer-nervige structuur. De bladrand laat vrij diepe insnijdingen zien, die de bladlobben van elkaar scheiden. De toppen van deze lobben zijn rond. Op deze toppen richten zich weliswaar de zijnerven, maar zij tonen bij volgroeide bladeren nimmer scherpe tanden. De zo karakteristieke lobvorming begint al aan de voet van de bladschijf: de twee onderste lobjes bedekken daar een deel van het korte steeltje. Zij worden 'oortjes' genoemd.

De beschouwing van dit blad wekt de indruk, dat de wellende, oppervlaktevormende krachten hier een zo sterke rol spelen, dat de aanzuigende krachten geen gelegenheid krijgen om scherpe tanden te vormen. De neiging hiertoe toont zich nog wel bij het ontluiken van de blaadjes: deze hebben dan nog vrij scherpe puntjes aan de randen. Na korte tijd zijn ze verdwenen. Door de wellende krachten, die van binnen uit naar buiten toe het bladoppervlak doen 'zwellen', wordt de invloed van de krachten, die van buitenaf aanzuigen, als het ware overspoeld (Van Romunde, 2000).

akkerdistel akkermelkdistel kleinhoefblad
Akkerdistel AkkermelkdistelKlein hoefblad

Akkerdistel, akkermelkdistel en klein hoefblad

Boeren noemden in een onderzoek naar deze drie onkruiden onder andere de volgende waarnemingen:

Akkerdistel: Er is een bepaalde dynamiek ervaarbaar in het sterk gewelfde blad, waarbij de bladrand steeds in stekels uitmondt. De groeikracht van het blad breidt zich dus niet in de breedte, in het vlak uit, maar wordt tot het uiterste op spanning gebracht.

Akkermelkdistel: Het blad is gewelfd en eindigt aan de bladrand telkens in punten. De omtrek van het blad is gelobd; niet strak mathematisch, maar speelser. De stengelbladeren staan schuin. Naar de top van het blad zijn ze afhangend in een vrije, ongeforceerde dynamiek (als een boog water van een fontein). Evenals in blad en bladrand komt in de bladstand het speelse van de volop aanwezige vitaliteit naar voren als dynamische kwaliteit.

Klein hoefblad: Opvallend zijn de lang gesteelde bladeren en de relatief grote en vlakke bladschijf. De groeikracht van het blad is perifeer gericht en is daar volop aanwezig. Een zelfde dynamiek is waar te nemen bij de bladsteel. Deze is rond en vlezig, met boven op een gootje, waarvan de randen rood zijn aangelopen. Verrassend is dat ook bij deze plant de bladrand stekelig is (Baars en de Vries, 1999).

 « 12345678910
11121314 » 

water
Water: het beweeglijke element

takken
Takken zijn als gestolde beweging op te vatten

paard
De beweging van een galopperend paard

aarbeiblad
Bladeren van de aardbei door het jaar heen

kleur aardbei
De kleuren van de aardbeibladeren

zomereik
Bladeren van de zomereik

Oefeningen

Voorwaarde is dat de aardewaarnemingen zijn gedaan. Probeer beeldende taal te gebruiken. De oefeningen zijn ook in een groepje te doen, je kunt dan ervaringen uitwisselen.

Beweging van een voorwerp

Beschrijf de beweging van de vorm van een vast voorwerp. Maak een exacte, goed gelijkende tekening van de beweging, maak daarbij gebruik van de kennis van de aardewaarnemingen, maar ga niet in de details, gebruik bij het tekenen vloeiende lange lijnen. Het kan helpen om het potlood zo weinig mogelijk van het papier te halen. Bij dieren en andere driedimensionale voorwerpen is boetseren geschikter. Doe de bewegingen met je handen en armen of met je hele lichaam na.

Stel je daarna die beweging innerlijk voor. Neem daarna de 'dynamische ervaring' waar en beschrijf die. Geef je indrukken en stemming weer.

Beweging van een situatie

Beschrijf de beweging die in een situatie is waar te nemen. Stel je die beweging innerlijk voor. Beschrijf die beweging of druk die beweging op een kunstzinnige manier uit. Neem daarna de 'dynamische ervaring' waar en beschrijf die. Geef je indrukken en stemming weer.

Beweging in de tijd

Neem een plant, een dier, een landbouwbedrijf of iets anders dat een verandering of ontwikkeling heeft doorgemaakt. Beschrijf van een aantal aspecten de ontwikkelingsstadia. Beschrijf de lijnen van de ontwikkeling. Verinnerlijk deze en geef weer welke ervaringen dit oplevert.

© Erven Tom van Gelder - Stichting AntroVista