De bevruchting 

De eicel met eromheen voedingscellen bevindt zich na de eisprong en opvang door de eitrechter in de eileider. De eicel wordt door de vloeistofstroom en door de beweging van trilharen in de eileider naar de baarmoeder getransporteerd. De eicel en het slijmvlies van de eileider geven stoffen af die de zaadcellen aantrekken. De zaadcellen zwemmen tegen de stroom in van de vagina via de baarmoeder en de eileider naar de eicel toe. Vele miljoenen zaadcellen (> 90%) blijven achter barrières, zoals trilharen, steken of verongelukken door antistoffen. Slechts enkele tientallen tot honderden zaadcellen bereiken de eicel en gaan erom heen liggen met de koppen naar de eicel toe (afb. 7).

Het pre-conceptioneel attractiecomplex

Uit in vitro (reageerbuis) bevruchtingen is bekend dat zich gedurende enkele uren een zogenaamd pre-conceptioneel attractiecomplex vormt: een toestand waarin een eicel omringd is door enkele tientallen zaadcellen. Er is waargenomen dat dit complex gaat draaien. Het min of meer ritmisch worden en gelijkschakelen van de staartbewegingen van de zaadcellen is hiervan de oorzaak.


Afbeelding 7. Pre-conceptioneel attractiecomplex. De eicel met eromheen de zona pellucida en voedingscellen (corona radiata) en daar weer omheen de zaadcellen

De bevruchting

Tijdens het pre-conceptioneel attractiecomplex scheidt de eicel stoffen uit die de zaadcellen veranderen. Hun kapje (het acrosoom) verdwijnt, waardoor ze in staat zijn de eicel te bevruchten. De zaadcellen zorgen er op hun beurt voor dat de zona pellucida verandert, zodat zij een zaadcel doorlaat. Er zijn over en weer stoffen nodig die beide cellen voorbereiden op een samensmelting. De cellen zijn in interactie met elkaar en veranderen elkaar. Of de samensmelting lukt is niet zeker, dat is afhankelijk van de wisselwerking.

De celwand van de eicel fuseert met die van één zaadcel en de inhoud van die zaadcel komt in de eicel terecht. De eicel ontvangt de zaadcel. Er ontstaat geen gat in de celwand, de celwand blijft doorlopen. Het blijft de vraag hoe wordt bepaald welke zaadcel de eicel binnen kan gaan.

Nadat er een fusie met een zaadcel heeft plaats gevonden, verandert de zona pellucida weer en kan er geen enkele zaadcel meer met de eicel fuseren.

In het beeld van het pre-conceptioneel attractiecomplex is geen plaats voor een race waarbij de eerste zaadcel wint (“survival of the fittest”) en het is ook niet zo dat de zaadcel de eicel binnendringt, want de celwanden fuseren. Er is geen race en er is geen agressie. Beide cellen zijn gelijkwaardig en hebben elkaar nodig. De bevruchting is een geleidelijk proces, waarin beide cellen elkaar klaarmaken voor een fusie.

Vereniging

Op de vorige pagina hebben we gezien dat eicel en zaadcellen elkaars tegenovergestelde zijn. Dat beide cellen elkaar aantrekken is niet verwonderlijk. Dat wat de eicel is, zijn de zaadcellen niet en omgekeerd. Als ze elkaar tegenkomen, kunnen ze hun eenzijdigheid oplossen met de eenzijdigheid van de andere cel. Wat gescheiden was, wordt verenigd.

Beide cellen zijn zo ver gespecialiseerd dat ze zich niet verder kunnen ontwikkelen. Alleen als ze elkaar ontmoeten kan het samenkomen van beide eenzijdige specialisaties het beginpunt zijn van een nieuwe ontwikkeling.

Omkering

Gedurende de duur van het pre-conceptioneel attractiecomplex zien we een eicel met haar cytoplasma en er omheen tientallen of honderden gestructureerde celkernen in de zaadcellen. De gebruikelijke voorstelling van een cel, waarin de kern in het midden ligt met het beweeglijke cytoplasma daar omheen, wordt zo omgekeerd. De kernen zitten nu aan de rand. Tegelijk vormt de cytoplasmabol van de eicel in deze fase het rustende centrum waar omheen wordt gedraaid door de beweging van de staarten van de zaadcellen. Normaal vindt bij een cel aan de rand interactie met de omgeving plaats, nu is daar de gesloten kwaliteit van de zaadcellen. Het complex is naar binnen gericht. Het pre-conceptioneel attractiecomplex vormt de omkering van de normale verhoudingen in een cel.

Incarnatie

Dit spel van eicel en zaadcellen en de omkering van de normale verhoudingen die er gedurende de uren van het pre-conceptioneel attractiecomplex is, is wellicht nodig is om het fysieke open te stellen voor het geestelijke. Het is mogelijk dat er een ontmoeting met een mens wordt voorbereid. Dit kan het moment zijn waarin de geestkiem van de nieuwe mens zich met zijn fysieke kiem verbindt. Het moment van de incarnatie, die door sommige mensen ook wordt ervaren. Ze merken niet alleen dat er een zwangerschap is, maar ook wie er aan komt. Soms is het een gevoel, soms maakt deze individu ook zijn wezen of naam kenbaar.

De bevruchting en incarnatie hoeven niet te lukken. De vrouw en de man maken het kind niet, maar krijgen het.

Geen reproductie

Het lijkt of de bevruchting en embryonale ontwikkeling van de mens niet efficiënt zijn. De kans dat menselijke zaadcellen een eicel ontmoeten is klein in vergelijking met zoogdieren en dan moet ook de innesteling nog lukken en het embryo zich gezond ontwikkelen. Er blijken bij de mens veel vaker miskramen (die veelal niet worden opgemerkt) voor te komen dan bij zoogdieren. De mens wordt daarom een inefficiënte voortplanter genoemd. Wanneer we het bovenstaande in aanmerking nemen is dat niet zo verwonderlijk, omdat het bij de mens niet om reproductie of voortplanting gaat, maar om de incarnatie van een individu. De ouders herhalen zich niet in hun nakomelingen, maar scheppen de voorwaarden voor de incarnatie van een ander mens. Elke mens is immers een unieke individualiteit.

 « 12345678910 » 

Zie: Van der Wal, J, 2002.
De menselijke bevruchting in een nieuw perspectief? Op www.embryo.nl.

© Erven Tom van Gelder - Stichting AntroVista