Denkzin 

Met de denkzin neem je de gedachten, overtuigingen en vragen van een ander waar en wat zich in de innerlijke gedachtewereld van de ander afspeelt.

Er is een verschil in het woord als klankvorm en de betekenis van het woord, ofwel het woord als begrip. Om te kunnen begrijpen wat iemand zegt moet je de betekenis van de woorden begrijpen en de samenhang van de gedachtegang waarin de woorden worden gebruikt.

Wanneer je op de manier van het spreken van de ander let, op het klankbeeld dus, krijg je de inhoud niet mee. Als je je op de inhoud concentreert, hoor je de spraakwijze niet meer. Je kunt dit goed waarnemen bij een vreemde taal die je niet kent. Uit de manier waarop de taal wordt gesproken hoor je een bepaalde klank, maar de inhoud van wat er wordt gezegd blijft verborgen. Hieruit wordt duidelijk dat spraakzin en denkzin iets anders waarnemen en elkaar aanvullen.

Iemand kan iets in beelden vertellen. Bijvoorbeeld over een eik met een hamerende bonte specht die hij zojuist heeft gezien. In de voorstelling ontstaan onmiddellijk beelden van eikenbomen en actieve spechten, misschien aangevuld door het roffelende geluid van een specht. Je volgt het verhaal en je kleurt het in met jouw voorstellingen. Die beelden zijn bij iedereen anders, omdat er vroegere waarnemingen worden gebruikt. Je kunt van zo'n verhaal makkelijk een stukje missen, later pik je de draad wel weer op.

Een verhaal kan ook een abstracte gedachtegang zijn, bijvoorbeeld waarom de hoeken van een driehoek altijd 180˚ zijn. In dit geval moet je je concentreren op de gedachtegang van de ander om de draad niet te verliezen en het betoog te kunnen volgen. Nu moet je je eigen gedachten en voorstellingen terughouden en ben je bij de gedachten van de ander.

Je neemt de gedachtegang van de ander met aandacht waar. Dat kan alleen als de begrippen die je hoort aansluiten bij jouw begrippen. Je neemt de gedachten dus waar met behulp van de begrippen die jij je eigen hebt gemaakt. Alleen daarmee kun je de vreemde gedachtegang volgen. Die begrippen vormen het waarnemingsorgaan, dat met denkzin wordt aangeduid.

Denkzin heeft grote betekenis voor de geestelijke ontwikkeling van mensen, doordat zij daardoor nieuwe begrippen kunnen opnemen. Die verbreden de geestelijke horizon en stimuleren dat je ze zelfstandig gaat verwerken. Het begrijpen, opnemen en verwerken van nieuwe begrippen kost moeite. Om bij de waarheid te komen moet je pijn lijden.

Denkzin maakt gebruik van het gedeelte van de levenszin dat niet op het lichaam, maar juist op het denken is gericht. Net als de levenszin de levensprocessen waarneemt in het lichaam, neemt de denkzin de denkprocessen waar. De logica hiervan ligt erin dat de levensprocessen worden gestuurd door het levenslichaam en dat het denken gebeurt in het vrije, niet lichaamsgebonden deel van het levenslichaam. De denkzin functioneert beter, naar mate de levenszin op jonge leeftijd actiever is geweest, met andere woorden dat een kind heeft geleerd dat niet alle wensen direct vervuld worden en heeft geleerd pijn te lijden.

Oefeningen

Vertel een beeldend verhaal, bijvoorbeeld een sprookje. Laat daarna de toehoorders beschrijven waaraan ze dachten, wat er met ze gebeurde.

Vertel een abstracte gedachtegang, bijvoorbeeld iets uit de wiskunde of de filosofie. Stel dezelfde vragen als hiervoor.

Probeer in een groepsgesprek het verschil in activiteit van de toehoorders helder te krijgen.

Laat iemand een beeldend verhaal vertellen, maar zonder dat de spreker zich er beelden van vormt. Dus hij vertelt het alsof het een abstract verhaal is. Daarna wordt er (een deel van) een ander verhaal verteld, waar de spreker zich wel de beelden heeft eigen gemaakt. Welk verschil merk je als toehoorder?

© Erven Tom van Gelder - Stichting AntroVista